Het verkrijgen van een eigen woning is op dit moment voor veel starters lastig en de prijzen van huizen rijzen de pan uit. In de fiscaliteit zorgt het hebben van een eigen woning voor een fictieve inkomensbron, waarover inkomstenbelasting betaald dient te worden, het zogenaamde eigenwoningforfait. In de meeste gevallen bedraagt het eigenwoningforfait 0,35% van de door de gemeente vastgestelde Woz-waarde, maar bij een Woz-waarde van meer dan € 1.310.000 bedraagt het eigenwoningforfait over het meerdere niet 0,35% maar 2,35%. Deze belasting krijgt in toenemende mate kritiek en is mogelijk in strijd met art. 1 EP van het EVRM. Is bezwaar maken zinvol?

In de fiscaliteit is het hebben van een eigen woning een vereiste om voor aftrek van hypotheekrente in aanmerking te komen. Deze aftrek is bij veel belastingplichtigen bekend. Naast deze aftrekpost, geldt er een bijtelling op het inkomen voor het in het bezit hebben van een eigen woning. Deze bijtelling noemt men het eigenwoningforfait (hierna: ewff). Het ewff is ooit ontstaan uit de gedachte dat een eigen woning economisch gezien zowel een bestedingsaspect heeft (woongenot) als ook een beleggingsaspect (waardestijging). Volgens de parlementaire geschiedenis geeft het ewff een forfaitaire uitkomst aan het totale voordeel dat iemand heeft van zijn eigen woning.

Bij de berekening van het ewff gaat men uit van een vastgesteld percentage  vermenigvuldigd met de door de gemeente vastgestelde Woz-waarde. Voor de meeste eigen woningen bedraagt het ewff-percentage in 2024 0,35%, maar voor duurdere woningen (Woz-waarde meer dan € 1.310.000) geldt er over het meerdere een hoger percentage ewff, namelijk 2,35%. Deze hogere heffing wordt in de volksmond omschreven als de ‘villataks’ of ‘villabelasting’.

Bezwaar maken
Door de (voortdurende) stijging van de huizenprijzen worden meer belastingplichtigen geraakt door het hoogste percentage ewff. De Belastingdienst zal bij het vaststellen van een belastingaanslag de huidige belastingwetgeving volgen, wat betekent dat zij uitgaan van de hierboven beschreven wettelijke bepaling van het ewff. Belastingplichtigen die het hier niet mee eens zijn, hebben de mogelijkheid om in bezwaar te gaan, maar de Belastingdienst zal in de bezwaarprocedure niet afwijken van de wettelijke regeling. Na deze bezwaarprocedure kan beroep ingesteld worden bij de Rechtbank. Een argument voor het instellen van beroep is dat deze ‘villataks’ weleens in strijd zou kunnen zijn met art. 1 EP van het EVRM. Of er echt sprake is van een dergelijk inbreuk, zal toekomstige rechtspraak moeten uitwijzen.

Om voor de toekomst rechten veilig te stellen, kan het zinvol zijn om tijdig bezwaar te maken tegen definitieve aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekering waarin de ‘villataks’ is opgenomen en waarvan de bezwaartermijn nog niet is verstreken. Zonder bezwaar staat de weg naar een rechter niet open en kun je ook niet aanhaken op eventuele toekomstige procedures, mochten deze in het voordeel van de belastingplichtige worden beslist.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan gerust contact op met een van onze belastingadviseurs.