Over het vraagstuk of iemand als ZZP-er werkzaam is of in loondienst, is inmiddels al het nodige geschreven en gecommuniceerd. Zo is onder andere het Deliveroo-arrest gewezen, is er wetsvoorstel aanhangig en hebben wij op 27 november 2024 een druk bezochte informatiesessie over dit onderwerp gehouden. Inmiddels kan daar het Uber-arrest aan toegevoegd worden, waarin een van de criteria uit het Deliveroo-arrest door de Hoge Raad wordt verduidelijkt.

De criteria uit het Deliveroo-arrest

  1. de aard en duur van de werkzaamheden;
  2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  3. de mate waarin de werkzaamheden en werkende onderdeel zijn van de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen;
  6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en hoe wordt deze uitbetaald;
  7. de hoogte van deze beloningen;
  8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
  9. de mate waarin de opdrachtnemer zich als ondernemer gedraagt.

Voorgaande criteria zijn het toetsingskader op grond waarvan moet worden bepaald of een werkende als werknemer dan wel als ZZP-er werkzaam is.

Uber-arrest

In het Uber-arrest is stil gestaan bij de vraag  hoe het negende criteria meeweegt in de afweging. De Hoge Raad had al bepaald dat alle negen criteria afhankelijk van alle omstandigheden van het geval in onderling verband moeten worden bezien en heeft daar nu aan toegevoegd dat aan het negende criterium geen ander gewicht toekomt dan de overige acht. Er is dus geen sprake van rangorde en criterium 9 weegt daarmee net zo zwaar als de andere criteria. Bij de beoordeling van het negende criterium moet ook gekeken worden naar aspecten buiten de desbetreffende arbeidsrelatie, waaronder registratie in het handelsregister, eigen website en meerdere opdrachtgevers.

Wat betekent het praktisch: de werkenden die zich echt als ondernemer gedragen (zoals meerdere opdrachtgevers, eigen investeringen en actieve klantenwerving) hebben een sterkere positie om als zelfstandige te worden gezien dan werkenden die dat niet hebben.

Wetsvoorstel

Op grond van het wetsvoorstel (de wet VBAR) zouden de indicaties die wijzen op ondernemerschap buiten de arbeidsrelatie alleen bij de kwalificatie betrokken moeten worden wanneer de andere omstandigheden geen doorslag geven. Het is de verwachting dat de wetgever het wetsvoorstel naar aanleiding van het Uber-arrest gaat aanpassen. Momenteel ligt het wetsvoorstel nog bij de Raad van State. Tot dit wetsvoorstel is aangenomen, blijft het ondernemerschap van de werkende een factor bij de beoordeling van de arbeidsrelatie.

Uiteraard houden wij de ontwikkelingen over dit onderwerp in de gaten en zullen jullie hierover informeren zodra dit kan. Mocht er vragen zijn over deze materie of je wilt een keer van gedachten wisselen over de kwalificatie van arbeidsrelaties binnen jouw organisatie, neem dan gerust contact met ons op.

Ilona Maertzdorff-Grootoonk, Jurist